Adem vrij met Buteyko

Buteyko Therapeuten Nederland

Video

Buteyko Documentaire

Dit zijn 2 filmpjes waarin u een documentaire ziet, deze is gemaakt door de BBC in Australië in maart 1993

Documentaire buteyko 1993 Documentaire buteyko 1993

Tros Radar onderzoek over melk

Als Buteyko therapeut zal ik u ook aanraden om de zuivel te verminderen. Veel mensen hebben een koemelk intolerantie waardoor bij het eten of drinken de ademhaling zwaarder en dieper wordt. Maar buiten de ademhaling om, zal u na het bekijken van het volgende filmpje, wellicht anders tegenover het nuttigen van zuivel staan.

Tros Radar onderzoek

Wie was Buteyko

Konstantin Buteyko Pavlovitsj

Konstantin Buteyko Pavlovitsj is geboren op 27 januari 1923 in Ivanitsa, Rusland. Tijdens de 2e wereld oorlog werd hij als soldaat opgeroepen en door zijn ervaringen in de oorlog besloot Buteyko "de meest ingewikkelde machine ter wereld", het menselijk lichaam, te gaan bestuderen. Zo begon hij in 1946 aan zijn medicijnenstudie in Moskou.

Tijdens zijn medische studie ontdekten dat er verband lag tussen de ademhaling en verschillende ziektes. In zijn derde jaar ging hij werken op de afdeling Klinische Therapie, onder begeleiding van Evgeniy Mikhailovitch Tareiev. Hij kreeg de opdracht om de ademhaling van stervende mensen te observeren. Gedurende honderden uren zat Buteyko naast mensen die stervende waren.

Hij merkte op dat bij patiënten die nabij de dood waren, de ademhaling beduidend dieper werd (hyperventilatie). Door de toename in de diepte van hun ademhaling te observeren en te registreren, merkte Buteyko al snel dat hij in staat was om een prognose te maken over het aantal dagen en uren die de patiënt nog te leven had voordat hij dood zou gaan. Deze gebeurtenis was bepalend in het vormen van het toekomstig interessegebied van Buteyko.

Op een gegeven moment bleek dat hij zelf aan een gevaarlijke hoge bloeddruk leed en kwam op het idee om zijn eigen ademhaling te verminderen, en tot zijn verbazing ging hij zich beter voelen.Vervolgens ging hij weer dieper ademen en de klachten kwamen terug.

Enthousiast geworden over dit gegeven ging hij aan de slag met zieke patiënten en kwam er achter dat ook bij deze mensen de klachten verminderden als hun ademhaling rustig en mindere diep geworden was.

Eind jaren 50 kreeg Buteyko zijn eigen laboratorium en kreeg de leiding over een team van medische specialisten.

Buteyko laboratorium

Hij had zelfs één van de eerste computers tot zijn beschikking in Rusland. Vele jaren heeft hij samen met deskundige mensen allerlei onderzoeken gedaan naar het verband tussen de ademhaling en ziektes. Door de beschikking van allerlei moderne apparatuur kwam hij er achter dat zieke mensen een chronisch tekort aan co2 hadden (koolzuurdioxide) en dat het lichaam er dan alles aan gaat doen om dit weer aan te vullen.

Door bijvoorbeeld de bronchiën te verkrampen of de bloedvaten te vernauwen. Het is een afweermechanisme van het lichaam om het koolzuurgehalte maar op pijl te kunnen houden.

In 1968 vond de eerste officiële goedkeuringstest plaats van de buteyko methode bij een behandeling van mensen met astma. Deze test vond plaats in het instituut van longziekten van Leningrad. Er werd een positief resultaat van 95% geconstateerd.

Vanaf 1985 wordt de methode officieel erkend door het door het Russische Ministerie van Volksgezondheid, en wordt nu in een aantal Russische klinieken toegepast.

In de loop van de jaren tachtig raakte de methode ook verspreid in de Westerse wereld. Dit gebeurde in eerste instantie doordat een Australische arts er in Rusland mee in aanraking kwam en enthousiast werd. Inmiddels is Buteyko een begrip in Australië, Nieuw-Zeeland, en Groot-Brittannië.

Konstantin Buteyko Pavlovitsj

Buteyko heeft zijn leven lang gewijd aan de buteyko methode en duizenden mensen hebben tot nu toe baat gehad aan zijn methode. Hij stierf op een natuurlijke wijze in 2003.

Interview Met Konstantin Buteyko

In een Russisch boek uit 1990, getiteld, "De Buteyko Methode", staat een interview met Buteyko uit 1982. Hier volgt de Nederlandse vertaling.

Vraag: Kunt u wat over uzelf vertellen, en uitleggen hoe u arts geworden bent?

antwoord: Ik ben geboren op 27 januari 1923 in Ivanitsa, een dorpje in de Ukraine. Ik kom uit een boerenfamilie. Mijn vader was gek op machines, en van hem heb ik mijn interesse in techniek geërfd. Ik had me net ingeschreven bij een technische school toen de Tweede Wereldoorlog begon. Ik ging het leger in en werd ingedeeld bij de aan- en afvoertroepen. Eerlijk gezegd ben ik mijn liefde voor machines en techniek wat verloren tijdens deze harde oorlogsjaren. Toen de oorlog voorbij was, besloot ik de meest complexe machine die er bestaat te onderzoeken: Het menselijke lichaam. Ik ging medicijnen studeren aan het "Eerste Medische Instituut van Moskou", een academisch ziekenhuis. Ik studeerde cum laude af in 1952 en werd arts in opleiding bij het ziekenhuis. In 1958 vroeg Professor Meshalkin, het hoofd van het Instituut voor Experimentele Biologie en Geneeskunde in Novosibirsk (Siberië), me om een laboratorium voor functionele diagnostiek op te zetten. Maar eigenlijk moet ik eerst terug in de tijd. Al vroeg in mijn medische opleiding gebeurde er iets dat mijn leven drastisch veranderde.

Vraag: Dat was precies wat ik u wou vragen. De eerste stappen.

antwoord: Ik denk dat ik een echte dokter werd toen ik als derdejaars student veel tijd doorbracht aan het bed van patiënten. Ik was heel geïnteresseerd in de raadselen rondom sterven en dood. Het viel me op dat mensen zwaarder gaan ademen wanneer hun stervensuur nadert. Op een gegeven moment kon ik zelfs de dag (en soms zelfs het uur) dat iemand zou overlijden, voorspellen. Tijdens hetzelfde jaar had ik nog een vreemde ervaring. Ik leerde omgaan met een stethoscoop. Ik onderzocht een patiënt en vroeg hem diep te ademen. Hij viel flauw. Een leraar vertelde me dat dit kwam doordat de hersenen oververzadigd werden met zuurstof door de diepe ademhaling. Eigenlijk heeft dit voorval de richting van mijn professionele interesse en onderzoek bepaald. Ik vond de uitleg over zuurstofvergiftiging vreemd, en ik ontwikkelde het idee dat sommige ziektes (zoals de hoge bloeddruk die ik toen had) het gevolg konden zijn van een te diepe ademhaling. Ik testte dit idee bij mezelf uit door rustiger en oppervlakkiger te ademen, en sommige symptomen van mijn hoge bloeddruk verdwenen. Wanneer ik dieper ging ademen, kwamen ze weer terug. Ik had het idee dat ik een belangrijke ontdekking gedaan had. Wat me ook begon op te vallen was dat veel mensen diep ademen, oftewel hyperventileren. Vanuit deze eerste ontdekking was het niet zo moeilijk te bedenken waarom verkramping van bloedvaten (wat bij hoge bloeddruk gebeurt) kan leiden tot hele andere ziektes, zoals angina pectoris, een hartinfarct of een maagzweer.

Vraag: Wist u dat u op de rand van een belangrijke ontdekking stond?

antwoord: Ja. Ik kon mijn ideeën al onderbouwen. We weten dat een diepe ademhaling veel koolzuurgas uit het lichaam verwijdert. En we weten dat een lage concentratie kooldioxide kan leiden tot vasoconstrictie, het samentrekken van het gladde spierweefsel rondom de bloedvaten. Dit kan weer tot hypoxia leiden, waarbij de lichaamweefsels te weinig zuurstof krijgen. De nacht in 1952 dat het idee dat hyperventilatie misschien allerlei ziektes tot gevolg kan hebben echt bij me doordrong, was een gedenkwaardige nacht. Ik had dienst in het ziekenhuis. En ik begon die nacht voorzichtig met patiënten te werken om mijn ideeën te testen. Ik vroeg astmapatiënten met angina rustiger te ademen en hun symptomen verdwenen. Ik vroeg hen weer dieper te ademen en de symptomen kwamen terug. De volgende morgen was er behoorlijk van overtuigd dat ik iets belangrijks ontdekt had.

Vraag: Wat heeft u daarna gedaan om deze ontdekking verder te onderzoeken?

antwoord: Het eerste wat ik deed is me een maand lang "opsluiten" in de medische bibliotheek om een vraag te beantwoorden die me werkelijk dwars zat: "Was dit eenvoudige idee (dat een diepe ademhaling slecht is) nog nooit eerder in de medische geschiedenis naar voren gebracht en onderzocht?". Er bleek erg weinig goed onderzoek te zijn naar de effecten van een diepe ademhaling, maar met veel moeite vond ik een aantal experimenten die mijn observaties leken te ondersteunen. Ik besloot mijn ideeën en dit onderzoek voor te leggen aan mijn collega's en leraren, maar ze waren niet geïnteresseerd. Ik realiseerde dat ik zorgvuldig medisch onderzoek zou moeten doen om mijn ideeën geaccepteerd te krijgen. Ik had een experimenteel laboratorium nodig.

Vraag: Kunt u ons meer vertellen over uw onderzoek en experimenten?

antwoord: Binnen het instituut waar ik werkte werd een onderzoekslaboratorium gecreëerd waarover ik de leiding kreeg. Het was een uitstekend laboratorium met ongeveer 40 instrumenten die allerlei functies van het lichaam konden meten. De verzamelde informatie werd geanalyseerd op een unieke computer waarmee we onze tijd ver vooruit waren. In 1958 en 1959 onderzochten we hier 200 zieke en gezonde mensen. Dit eerste onderzoek bevestigde veel van mijn observaties en vermoedens. Op 11 januari 1960 stuurde ik een samenvattend rapport naar de Raad van Bestuur van mijn instituut waarin ik duidelijk maakte dat we een duidelijk verband gevonden hadden tussen een diepe ademhaling (hyperventilatie), de concentratie van koolzuurgas in het bloed, de verkramping van glad spierweefsel in het lichaam, en de gezondheid van degenen die we onderzocht hadden.

Vraag: Hoe reageerde men op het rapport?

antwoord: Men was verbijsterd en zeer afwijzend. Ik had gedacht dat men mijn ideeën zou omhelzen omdat we de zieke mensen die we in het laboratorium gehad hadden met veel succes behandeld hadden. Maar de reactie van mijn collega-artsen, zoals de chirurgen van het ziekenhuis, was zeer afwijzend en negatief. Gelukkig steunde het hoofd van het instituut, professor Meshalkin, ons toen nog. Hij vond ons onderzoek veelbelovend en vertelde ons dat we het onderzoek moesten voortzetten. Een tijd later kwam hij naar het laboratorium en vroeg "Is het werkelijk waar wat je allemaal beweert?". Hij had zelf last van zware angina, met bijna dagelijkse, zware aanvallen. Maar niemand durfde hem te behandelen. Onze apparatuur toonde aan dat hij op de rand van een zwaar infarct stond. We hebben hem met onze methode behandeld en hij was binnen een paar dagen van zijn klachten af.

Vraag: Gelukkig is uw onderzoekswerk niet gestopt. Wat waren de praktische uitkomsten van uw werk? antwoord: Ik heb bijna 10 jaar lang leiding gegeven aan het laboratorium. Het heeft ons een zeer goed inzicht in het functioneren van het menselijke lichaam, gezond of ziek, gegeven. We hebben ongeveer 200 artsen opgeleid om met onze methode te werken. Het aardige was dat de meeste van deze artsen naar ons toe kwamen omdat ze zelf ziek waren. Volgens de officiële statistieken hadden we op 1 januari 1967 meer dan 1000 patiënten met astma, hoge bloeddruk en angina genezen.

Vraag: Heeft uw methode wetenschappelijke erkenning gekregen?

antwoord: Pas veel later. We kregen steeds meer tegenwerking. Op een gegeven moment werd verder onderzoek verboden, we mochten niet meer publiceren en onze instrumenten werden in beslag genomen. Gelukkig konden we het laboratorium ergens anders onderbrengen. Maar we bleven tegenwerking krijgen. Zo werd ons beloofd dat de methode officiële erkenning zou krijgen wanneer we tijdens een experiment tenminste 80% van een groep van 46 zwaar zieke patiënten zouden genezen. Patiënten met wel 20 verschillende ziektes. Van deze 46 patiënten werden er 44 volledig genezen. Maar de Minister van Volksgezondheid ontving een rapport over ons experiment waarin vermeld werd dat maar 2 van de 46 patiënten genezen waren. Dit vervalste rapport werd gebruikt om mijn laboratorium op 14 augustus 1968 te sluiten. Vele jaren later, in 1985, is mijn methode alsnog officieel erkend door het Russische Ministerie van Volksgezondheid.

Vraag: Hoe komt het dat uw methode ondertussen niet verdwenen was?

antwoord: Mijn methode is niet gestorven omdat we vele artsen genezen hebben die zelf de methode weer zijn gaan toepassen in hun praktijk.

Vraag: Wat is de essentie van uw methode?

antwoord: Onze methode is het tegengestelde van de conventionele benadering waarbij mensen verteld wordt diep te ademen. Wij zeggen: "Adem minder, en niet zo diep". De kern van onze methode is de vermindering van de diepte van de ademhaling. Door de ontspanning van de ademhalingsspieren.

Vraag: Wat zijn de medische wetten waar uw methode op gebaseerd is?

antwoord: De basis voor onze benadering is de hyperventilatiesyndroomtheorie, waarbij het hyperventilatiesyndroom de eerste fase is van de ziekte die diepe ademhaling heet. Onze theorie concentreert zich op de zeer belangrijke rol die koolzuurgas speelt in het gezond houden van mens en dier. Koolzuurgas staat aan de basis van het leven op onze planeet: de planten nemen het op uit de lucht. Dieren eten planten, en de mens eet beide. Vroeger, vele honderden miljoenen jaren geleden was de concentratie koolzuurgas in de lucht erg hoog (enkele tientallen procenten). Tegenwoordig is daar weinig meer van over: het ligt nu rond de 0,03%. Wanneer alle koolzuurgas uit de atmosfeer zou verdwijnen, zou dat het einde van het leven op aarde betekenen. De stofwisseling in (toen nog eenvoudige) dierlijke cellen heeft zich ontwikkeld in een tijd toen de concentratie koolzuurgas in de omgeving erg hoog was. Een bepaalde (hoge) concentratie koolzuurgas in deze cellen was daarom essentieel om de biochemische processen in de cel op gang te houden. Toen tijdens de evolutie de concentratie koolzuurgas in de atmosfeer steeds verder afnam, ontwikkelden de hogere dieren longen zodat ze de afgifte van koolzuurgas aan de omgeving konden regelen. De lucht in onze longen bevat ongeveer 6,5 % koolzuurgas en ongeveer 14% zuurstof (dit in tegenstelling tot de ons omringende lucht met 0,03% koolzuurgas en 21% zuurstof). Blijkbaar is die 6,5% koolzuurgas een minimumniveau waarop cellen nog goed kunnen functioneren.

Laat me een voorbeeld geven om dit te verduidelijken. Wanneer men te diep ademt (hyperventileert) verliest men veel koolzuurgas uit de longen. Hierdoor verliest men koolzuurgas uit het bloed en het verdere lichaam, en de zuurgraad (koolzuurgas is een licht zuur gas) verandert richting basisch. Dit verandert direct al de werking van allerlei vitamines en de verbranding. Wanneer men zo zwaar zou ademen dat de concentratie koolzuurgas beneden de 3% komt (en de pH boven de 8,0 komt), sterven de cellen. De destructieve gevolgen van hyperventilatie zijn in vele experimenten aangetoond. Zoals een beroemd experiment van de beroemde fysioloog Henderson uit 1909. Hij sloot honden aan op een soort enorme blaasbalg, waardoor ze geforceerd zeer sterk moesten hyperventileren. Ze gingen allemaal binnen een half uur dood.

De evolutie heeft de volgende beschermende reacties van het lichaam ontwikkeld waarmee een sterke daling van het koolzuurgasgehalte in de longen tegengegaan wordt: verkramping van de luchtwegen en verkramping van de aderen; een verhoogde productie van cholesterol door de lever. Cholesterol werkt als een soort biologische isolatie die ervoor zorgt dat koolzuurgas de membranen van longen en aderen minder gemakkelijk oversteekt. Een probleem is echter dat verkramping van luchtwegen en aderen er voor zorgt dat de zuurstoftoevoer naar hersenen, nieren en cellen van elk ander orgaan vermindert. Verder is het zo dat een verminderde concentratie van koolzuurgas in het bloed er voor zorgt dat het hemoglobine de zuurstof minder gemakkelijk loslaat (het Verigo-Bohr effect). Verminderde toevoer van zuurstof leidt tot hypoxia (zuurstoftekort) in de lichaamscellen. Wanneer hypoxia ernstig wordt kan dit tot hoge bloeddruk (hypertensie) leiden bij sommige mensen. Bij een hoge bloeddruk wordt het bloed namelijk door verkrampte (haar-)vaten heen geduwd om zo vitale cellen toch te kunnen bereiken en te voeden met zuurstof. Hypoxia zorgt ervoor dat de concentratie zuurstof in sommige aderen die het bloed weer naar het hart terugbrengen, afneemt. Dat kan spataderen en aambeien tot gevolg hebben. En de geleidelijke afname van koolzuurgas uit het bloed kan samenklontering van het bloed tot gevolg hebben, wat weer tot trombose kan leiden. Het gebrek aan zuurstof in essentiële weefsels (zoals de hersenen) stimuleert het ademhalingscentrum in de hersenstam tot een diepere ademhaling. Maar hierdoor neemt het koolzuurgas nog verder af en ontstaat er een vicieuze cirkel. Een verlies van koolzuurgas uit de zenuwcellen maakt ze prikkelbaar. Het gehele zenuwstelsel wordt geïrriteerd, wat tot zenuwachtigheid, slaapproblemen, ongefundeerde angsten, flauwvallen en zelfs epileptische aanvallen kan leiden. Een gebrek aan koolzuurgas heeft vaak al snel een grote invloed op het zenuwstelsel. Maar tegelijkertijd leidt chronische hyperventilatie en een gebrek aan koolzuurgas tot een groot aantal verwarrende symptomen en ziektes, dit alles maar net afhankelijk van wat de dominante reacties van net lichaam zijn. Ziektes zoals astma, hoge of lage bloeddruk, hartkloppingen, aderverkalking, beroertes of hartaanvallen.

Vraag: Ik heb nog een andere vraag. Wanneer hyperventilatie de oorzaak is van al deze ziektes, wat veroorzaakt dan de hyperventilatie?

antwoord: Dat is een hele goede vraag. Ik denk dat de belangrijkste de "diepe ademhaling propaganda" is. Het idee dat vaak verkondigd wordt dat het goed is om diep in en uit te ademen. Zelfs zwangere vrouwen leren al diep te ademen, waardoor veel baby's al met een lage concentratie koolzuurgas in hun bloed geboren worden. Maar de promotie van een diepe ademhaling zie je werkelijk overal: in scholen, in het leger, op de televisie, bij sport-trainingen, etc. Dan zijn er nog andere factoren, zoals vooral dierlijke eiwitten (vlees zoals vis en kip, en melk). Deze kunnen een dramatische invloed op de ademhaling hebben. Een andere belangrijke invloed is een gebrek aan beweging. Het menselijk lichaam is op het leveren van een zekere inspanning gebouwd, zoadat daar voldoende koolzuurgas bij vrij komt. Veel mensen bewegen veel te weinig. Dat is de reden dat mensen die fysiek werk hebben langer leven dan mensen die alleen maar achter een bureau zitten. Verder slapen mensen te lang, en vaak op een verkeerde manier (bijvoorbeeld op hun rug). Verder hebben emoties en stress een duidelijke invloed op de ademhaling.